Ergowijs

Opent deuren naar informatie.
[ Inka Logister-Proost ]

Clientgecentreerd

Ergotherapie is cliëntgecentreerd (client-centered). De cliënt staat in de interventie centraal. De cliënt en de ergotherapeut werken in bondgenootschap samen; in deze samenwerking ligt de focus op het mogelijk maken van het handelen. De cliënt kan een persoon (inclusief zijn systeem), een organisatie (inclusief stakeholders) of een populatie (inclusief maatschappij) zijn.
De diversiteit van mensen in de Nederlandse samenleving vraagt om ergotherapeutische interventies die gericht zijn op inclusie en diversiteit (le Granse, 2006). 
Ergotherapie definieert cliëntgecentreerde benadering als: een samenwerking tussen de persoon (en zijn systeem), de organisatie of populatie en de ergotherapeut, die de cliënt ondersteunt en in staat stelt te handelen zodat de cliënt zijn rollen kan uitvoeren in verschillende situaties. Cliëntgecentreerde, familiegecentreerde of systeemgerichte benadering leidt tot effectieve ergotherapie. (Bamm, 2003, Sumsion, 2006, Palisano, 2004, Edwards, 2009)
De cliënt participeert actief in de onderhandeling aangaande zijn doelen, die prioriteit hebben en centraal staan in het proces van methodisch handelen. Gedurende het hele interventieproces luistert de ergotherapeut naar de cliënt, respecteert zijn waarden, individualiteit en autonomie, gaat uit van gelijkwaardigheid, past de interventies aan de behoefte van de cliënt aan en stelt de cliënt in staat de juiste keuzes te maken (le Grans, 2006, Sumsion, 1999). Bij dit alles respecteert de ergotherapeut de diversiteit van mensen.

Bronnen:
Bamm, E.L., Rosenbaum, P. Family-centered theory: origins, development, barriers, and supports to implementation in rehabilitation medicine. Arch Phys Med Rehabil 2008;89(8):1618-1624.

Edwards M. Rediscovering leisure: Timing and client choice. Occupational Therapy Now 2009;2003(6):11-12.

Hartingsveldt, M. van, Logister-Proost, I. en Kinébanian, A. (2010) Beroepsprofiel Ergotherapeut. in opdracht van Ergotherapie Nederland, Uitgever LEMMA

Granse, M. le, Hoeij, B. van (2006) De cliënt centraal. In: Kinébanian A, Granse le M, editors. Grondslagen van de ergotherapie. 2 ed. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg; p. 241-264.

Palisano, R.J., Snider, L.M., Orlin, M.N. Recent advances in physical and occupational therapy for children with cerebral palsy. Semin Pediatr Neurol 2004;11(1):66-77.

Sumsion, T. (1999) Client-centred Practice in Occupational Therapy. London: Churchill Livingstone

Sumsion, T., Law, M. A review of the evidence of the conceptual elements informing clientcentred practice. Can J Occup Ther 2006;73(3):153-162.

Occupation-based

Ergotherapie is op handelen gericht (occupation-based). De toegenomen focus op het handelen is het kerndomein van de ergotherapie, waarbij het handelen zowel middel als doel is van de ergotherapie.
Bij occupation-based ergotherapie is het handelen middel en doel van de interventie. Ergotherapie is gericht op anders leren handelen, opnieuw leren handelen en beter leren handelen. Doelgericht handelen biedt mogelijkheden voor ontwikkeling van identiteit (occupational self) (Whiteford, 2000, Vrkljan, 2001, Unruh, 2004).
Actief handelen leidt tot positievere ervaringen (flow, controle, ontspanning) bij mensen, dan het doorbrengen van de tijd met ‘passieve’ activiteiten (verveling, apathie). (Csikszentmihalyi, 1997) Daarnaast wijst onderzoek uit dat mensen voldoening halen uit het aanwezig en betrokken zijn bij voor hen betekenisvolle activiteiten (er bij horen). (van 't Leven, 2002)
Betekenisvol handelen leidt tot verbetering van gezondheid en welzijn, leidt tot meer kwaliteit van leven, meer zelfvertrouwen, verminderde gezondheidsrisico’s, meer doelgericht handelen en verminderde isolatie. (Mandich, 2006, Graff, 2006, Mee, 2008)

Bronnen:
Hartingsveldt, M. van, Logister-Proost, I. en Kinébanian, A. (2010) Beroepsprofiel Ergotherapeut. in opdracht van Ergotherapie Nederland, Uitgever LEMMA

Csikszentmihalyi M. (1997) Finding Flow: the psychology of engagement with everyday life. New York: BasicBooks

Graff, M.J., Vernooij-Dassen, M.J., Thijssen, M., Dekker, J., Hoefnagels, W.H., Rikkert, M.G. Community based occupational therapy for patients with dementia and their care givers: randomised controlled trial. BMJ 2006 Dec 9;333(7580):1196.

Leven, van 't N. (2002) Zijn en bezig zijn in het verpleeghuis, een kwalitatief onderzoek over omgevingsinvloeden op dagelijks handelen. Amsterdam: Thesis European Occupational Therapy Master

Mandich, A., Rodger, S. Doing, being and becoming: their importance for children. In: Rodger S, Ziviani J, editors. Occupational Therapy with children, understanding children's occupations and enabling participation. 1 ed. Oxford: Blackwell Publishing; 2006. p. 115-35.

Mee, J., Sumsion, T. Mental Health clients confirm the motivating power of occupation. Brit J Occup Ther 2008;64(3):121-128.

Unruh, A.M., Elvin, N. In the eye of the dragon: women's experience of breast cancer and the occupation of dragon boat racing. Can J Occup Ther 2004 Jun;71(3):138-149.

Vrkljan, B.H., Miller-Polgar, J. Meaning of occupational engagement in life-threatening illness: a qualitative pilot project. Can J Occup Ther 2001 Oct;68(4):237-46.

Whiteford, G., Wicks, A. Occupation: Person, environment, engagement and outcomes. An analytic review of the journal of Occupational Science Profiles. J Occup Science 2000;7(2):48-57.

Context-based

Ergotherapie is in de context gesitueerd (context-based). De context waarin de cliënt handelt, wordt binnen de ergotherapeutische interventie in toenemende mate belangrijker en breder. (Whiteford, 2005) Ergotherapie richt zich op het handelen in de fysieke- en in de sociale omgeving van de cliënt.
In de ergotherapie interventie staat de context centraal. Elementen die de handelingscontext bepalen zijn de fysieke en sociale omgeving van de cliënt, zoals zijn woon-, leef-, leer en werkomgeving. Maatschappelijke factoren die de context bepalen zijn onder andere de publieke opinie (bijvoorbeeld ten opzichte van mensen met een chronische en/of een psychiatrische
aandoening of een verstandelijk beperking), locale en landelijke politiek, de economie en beschikbare arbeidsplaatsen, en door cultuur bepaalde overtuigingen (communitybased). (Whiteford, 2005)
Tijdens het gezamenlijk beslissingsproces, leidend tot een advies of een (preventieve) interventie is analyse van de context van belang om vast te stellen welke hulpbronnen, beperkingen, belangen, normen een rol spelen bij de participatie van de cliënt.

Bronnen:
Hartingsveldt, M. van, Logister-Proost, I. en Kinébanian, A. (2010) Beroepsprofiel Ergotherapeut. in opdracht van Ergotherapie Nederland, Uitgever LEMMA

Whiteford, G., Wright-St Claire, V. (2005) Occupation & Practice in Context. Sydney: Elsevier Churchill Livingstone

Evidence-based

Evidence-based practice (EBP) is de basis van klinische beslissingen. Een ergotherapeut die EBP toepast in de praktijk:

  • Stelt zichzelf een klinische vraag;
  • Zoekt en vindt EBP literatuur met mogelijke antwoorden op die vraag;
  • Beoordeelt de gevonden publicaties van wetenschappelijke onderzoeken;
  • Gebruikt in de praktijk de resultaten uit wetenschappelijk onderzoek;
  • Evalueert daarna het EBP proces.(Rosenberg & Donald, 1995).

Law en Baum voegen daar aan toe: "In de op evidence-based gebaseerde praktijk van de ergotherapie wordt gebruik gemaakt van bewijs uit wetenschappelijk onderzoek, gecombineerd met klinische deskundigheid en klinisch redeneren, waardoor beslissingen genomen kunnen worden over interventies die effectief zijn voor specifieke cliënten.” (Law en Baum,1998).

Bronnen:
Logister-Proost, Y.I.M. (2007) Gezocht: effectieve ergotherapie. Clientgecentreerde evidence-based ergotherapie. Met:
- Het Cliëntgecentreerde Evidence-Based Ergotherapie Model
- Het EBE-proces (de vijf stappen)
- EBE implementeren in de dagelijkse praktijk
Paperback € 29,95
(excl BTW en verzendkosten)
276 pagina’s 17 x 24 cm
ISBN: 978-90-812420-1-1
Oktober 2007
Te bestellen via: Inka.Logister@online.nl

Conroy, M. C. (1997). "Why are you doing that?" A project to look for evidence of efficacy with occupational therapy. British Journal of Occupational Therapy, 60(11), 487-490.

Döpp, C. Msc, Steultjens, E. Dr., Radel, J. Dr., Het gebruik van evidence-based practice door Nederlandse ergotherapeuten. Barrières, percepties en het gebruik van bewijs, Wetenschappelijk Tijdschrift voor Ergotherapie, 2009/3

Eakin, P. (1997). The Casson Memorial Lecture 1997: Shifting the balance - Evidence-based practice. British Journal of Occupational Therapy, 60(7), 290-294.

Egan, M., Dubouloz, C., Zweck, C., & Vallerand, J. (1998). The client-centred evidence-based practice of occupational therapy. Canadian Journal of Occupational Therapy, 65(3), 136-143.

Law, M., & Baum, C. (1998). Evidence-based occupational therapy. Canadian Journal of Occupational Therapy, 65(3), 131-135.

Lloyd-Smith, W. (1997). Evidence-based practice and occupational therapy. British Journal of Occupational Therapy, 60(11), 474-478.

Rosenberg, W., & Donald, A. (1995). Evidence-based medicine: An approach to clinical problem-solving. British Medical Journal, 310 (6987), 1122-1126